keramiek

keramiekatelier

Keramiek

De afdeling keramiek neemt het materiaal als uitgangspunt.
De grenzen van het materiaal worden telkens weer verlegd. En dit zowel door de student – wiens technische en creatieve vaardigheden op een grondige manier onderbouwd en uitgebouwd worden- onder individuele begeleiding,  alsook door het geheel van het atelier dat meegroeit met zijn leerlingen.
De omgeving stimuleert om technieken ten gronde te bestuderen, te beoefenen en te verfijnen.
De keramisten hebben hun draairuimte, twee algemene werkateliers, een drooglokaal, een glazuurlokaal met spuitinrichting met watergordijn en een ovenlokaal met 6 ovens. Daarnaast is er nog een leslokaal en een ruimte waar klei wordt gerecycleerd.  De porseleinklas voorziet in de zuiverheid die het materiaal behoeft door onder andere aparte draaischijven en werkruimte. Zij beschikken ook over verscheidene mobiele ovens om o.a. raku te kunnen beoefenen, eventueel op verplaatsing.

In de hogere graad komt een ruim aanbod van technieken, materialen en beeldende mogelijkheden aan bod. Via opdrachten en werkthema’s raakt de leerling vertrouwd met het werken in de materie klei, in al zijn vormen en kleuren. Begrippen zoals compositie, spanning, ritme, organische/anorganische vorm, oppervlaktebewerking, … worden aangeleerd. Kunstgeschiedenis in het algemeen en meer in het bijzonder de geschiedenis van de keramiek is een voortdurend vertrekpunt bij het geven van opdrachten en het toepassen van technieken. Al in de eerste les voor het 1e jaar hogere graad starten we met het maken van duimpotjes, wat voor de primitieve mens ook de eerste manier was om een pot/schaal te vormen, lang vóór de draaischijf er was. Het is een heel klassieke opdracht, maar men leert er perfect de klei mee aanvoelen. Er worden regelmatig ook opdrachten gegeven geïnspireerd op een beeldend kunstenaar of een bepaalde tijdsgeest.

Een werkboek wordt aangelegd met daarin schetsen, foto’s en ander materiaal ter inspiratie. Vaak start de ontwerpfase met een eenvoudige tweedimensionale schets en worden er daarna maquettes in klei gemaakt. Ook papier / karton / gips zijn frequent gebruikte materialen om een voorstudie te maken. De leerling krijgt technisch een zo volledig mogelijk inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van het materiaal. Techniek is echter nooit een doel op zich; de technische bagage die een leerling meekrijgt staat steeds in functie van een groeiende artistieke vrijheid. De creativiteit van de leerling wordt gestimuleerd door middel van eigen onderzoek en experiment, waarbij het persoonlijke proces primeert boven het uiteindelijke product. Het contact met het materiaal, het aanvoelen, het zelf doen, het actieve lijfelijke proces op zich staat centraal. Gaandeweg ontwikkelt de leerling zijn persoonlijke taal in klei. Een taal die samengaat met het eigen karakter en de cultuur van de maker.

In de specialisatiegraad gaat de leerling nadrukkelijker op zoek naar een techniek, materiaal en vormgeving om de eigen ervaringswereld te visualiseren. De leerling is in staat eigen keuzes te maken en te ontwikkelen.

Facebook Iconfacebook like button